Een schaap met vijf poten kan nog. Een mens met twaalf vingers bestaat ook. Maar als aan de haven in het Sloveense Piran een octopus met negen armen wordt geserveerd begin ik achterdochtig te worden. Schuilen er geheime krachten voor de kust van Slovenië?
Vorig jaar hebben we een rondje Slovenië gedaan. Eerst een camping bij het meer van Bled, toen de warmwaterbronnen in het oosten en via Ljubliana, de Postojna grotten en de paardenstoeterij van Lipica kwamen we terecht bij het kleine stukje kust dat er nog voor Slovenië aan de Adriatische Zee overbleef. Op amper 45 kilometer kust tussen Italië en Kroatië hebben de Slovenen overigens wel alles wat een vakantie aan de Middelandse Zeekust leuk maakt. Overal zijn gezellige zand- en kiezelstrandjes, en de intieme boulevards van stadjes als Koper, Izola en Piran maken een zwoele zomeravond helemaal àf. Voor wie dat allemaal te romantisch is kan in het mondainere Portoroz zijn geluk in het casino beproeven.
De kop van Istrië Deze uithoek van de Adriatische Zee heeft al heel wat meegemaakt. De schepen liggen nu vredig op de rede van Koper en het nabijgelegen Italiaanse Trieste te wachten, maar ooit was het hier een broeinest van vrijbuiters, kapers en ander geboefte. Door in de tiende eeuw de zijde van Venetië te kiezen kwam Koper ook nog eens in oorlog met het Roomse rijk. Het stadje bestaat al sinds de Griekse tijd (ze noemden het toen Aegida), en ook de Romeinen wisten de strategische ligging wel te waarderen. Via de Romeinse namen Caprea, Caprista en de Middeleeuwse benaming Caput Histriae (=kop van Istrië) komen we vanzelf tot de huidige naam Capodistria. Dat is weliswaar nog steeds een Italiaanse naam, maar na de tweede wereldoorlog is dit stukje Slovenië gewoon tweetalig gebleven. De naambordjes zijn dat ook, behalve dan op de snelweg in Italië. Veel mensen op weg naar Koper hebben niet door dat ze bij Trieste de richtingborden naar Capodistria moeten volgen. U weet het nu.
Speciale vangst Over strategische ligging gesproken, ook Piran (of Pirano, zo u wilt) met zijn ideale plekje aan de ingang van de Golf van Trieste heeft ook heel wat piratenschepen langs zien komen. Als u de boulevard af loopt tot het uiterste puntje staat het monumentale vuurtorentje nog immer als een koene soldaat op wacht. Op het gevaar af dat iedereen die dit leest naar die boulevard gaat moet ik bekennen dat Piran met zijn gezellige eethuisjes aan het water mijn hart heeft gestolen. Met de ondergaande zon weerkaatsend in een glas koele wijn en het geluid van het water aan je voeten zijn er slechtere plekjes op aarde te verzinnen. Als daar dan ook nog een bord heerlijk verse calamaris bij wordt geserveerd kan mijn geluk helemaal niet meer stuk. Hoewel... op één van mijn laatste vakantiedagen koos ik weer zo'n stukje zeebanket, en liet me verrassen door de ober die zei dat hij die middag een speciale vangst heerlijke inktvis binnen had gekregen. Lekker, zei ik.
Negen armen Ik zal vast niet de enige zijn die het verschil niet wist tussen gewone inktvis, sepia, octopus of pijlinktvis. Toen ik dan ook een bord kreeg met iets dat op een gefrituurde octopus leek, dacht ik een beest met acht armen te kunnen verorberen maar ik telde er negen! Bedoelde de ober dit met een speciale vangst? Zoiets als een schaap met vijf poten? Of had één van de schepen voor de kust een vreemd goedje geloosd en was er een spontane mutatie inktvissen ontstaan? Volgens mijn tafelgenoot had een pijlinktvis echter tien armen, en na een nauwgezet onderzoek van het beest bleek hij er inderdaad ooit tien te hebben gehad. Eentje was er waarschijnlijk in een gevecht met een ander beest verloren gegaan (altijd handig als je er er dan nog zoveel over hebt). Gelukkig. Mijn calamaris kwam van een grote soort pijlinktvis, die ruim 35 cm lang kan worden. Dat bedoelde de ober met die speciale vangst. En lekker dat ie was!